LEES
Risk & Compliance

EU-witwaspakket alert: Meer (gerelateerde) partijen en transacties in scope voor het doen van cliëntenonderzoek

Date:April 8, 2025

De huidige Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) wordt de komende jaren vervangen door nieuwe Europese anti-witwasregels. Dit zogenaamde AML-pakket bestaat uit verschillende regelgevingen, waaronder de AML-verordening (AMLR), de 6e anti-witwasrichtlijn (AMLD6) en de AML Authority Regulation (AMLAR).

In dit thema-artikel richten we ons specifiek op de wijzigingen in definities en toepassingsbereik ten opzichte van de huidige Nederlandse Wwft. We bespreken onder andere:

  • hoe de definities van cliënt, PEP onder de AMLR afwijken van de Nederlandse praktijk;
  • de verschuiving in transactiedrempels voor cliëntenonderzoek
  • en wat deze wijzigingen in de praktijk betekenen voor instellingen.

Oprekken van definities en grenzen in relatie tot PEP, UBO en incidentele transacties

De belangrijkste verandering is het oprekken van een aantal definities en grenzen. De vuistregel voor het bepalen van een UBO verandert. Waar in de Wwft een UBO veelal wordt bepaald door het direct of indirect houden van meer dan 25% (van aandelen, stemrechten of van het eigendomsbelang), stelt de AMLR de grens op 25% of meer. Wat blijft is de dat 25% regel altijd als indicatief is bedoeld: ook personen met een kleiner belang kunnen als UBO worden aangemerkt, bijvoorbeeld als zij op een andere manier de uiteindelijke zeggenschap hebben. Daarnaast wijzigt de omschrijving van UBO formeel van ‘uiteindelijk belanghebbende’ naar ‘uiteindelijk begunstigde’. Dit heeft op zichzelf geen inhoudelijke gevolgen.

De AMLR breidt de kring van personen die als PEP-gerelateerd worden beschouwd uit. Naast echtgenoten, ouders en kinderen vallen nu ook broers en zussen onder deze definitie. Vanwege het verhoogde risico op corruptie en witwassen, gelden voor PEP’s doorgaans strengere maatregelen binnen het cliëntenonderzoek.

De AMLR -standaarden schrijven in het algemeen een verplicht cliëntenonderzoek voor bij:

  • een incidentele transactie van € 10.000 of meer, of
  • twee of meer met elkaar verbonden transacties met een gezamenlijke waarde van ten minste € 10.000.

Dit wijkt af van de huidige Wwft, die deze grens legt bij €15.000 (of twee met elkaar verbonden transacties met een gezamenlijke waarde van € 15.000 of meer). Voor specifieke instellingen gelden overigens andere bedragen. Daarnaast benadrukt de AMLR, net als de Wwft, dat instellingen altijd risicogebaseerd moeten handelen. Dat betekent dat ook onder deze drempel cliëntenonderzoek vereist kan zijn als uit de risicobeoordeling blijkt dat de transactie aanleiding geeft tot verhoogde zorgvuldigheid.

Aan de definitie van cliënt of zakelijke relatie verandert wezenlijk niets. Noemenswaardig is dat AMLR expliciet maakt dat een zakelijke relatie ook tot stand kan komen zonder een schriftelijke overeenkomst, zolang er op het moment van contact sprake is van een verwachting van herhaling of duur.

Wat zijn de praktische gevolgen van de nieuwe definities en grenzen?

De wijzigingen vragen om actie. Instellingen zullen hun beleid, procedures en (werk)processen moeten aanpassen aan de wijzigingen in definities. Denk daarbij ook aan:

  • het herijken van UBO- en PEP-definities;
  • aanpassing van screeningsprocedures en uitvraagformulieren rondom PEP en/of UBO;
  • het eventueel aanpassen van monitoringregels voor incidentele transacties.

Toegang tot en gebruik van het UBO-register kan hierbij ondersteunend zijn. 

Risicogebaseerd werken blijft overigens belangrijk: het identificeren en beoordelen van de specifieke risico’s op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering voor je eigen instelling blijft een essentieel onderdeel. Door proactief en datagedreven te werken, kun je de nieuwe vereisten tijdig omzetten naar duidelijke maatregelen.

Status en tijdslijnen AML-pakket

Per 10 juli 2024 zijn de AMLR en AMLD6 in werking getreden. Zowel de AMLR als de AMLD6 zijn grotendeels van toepassing vanaf 1 juli 2027. Daarnaast is de Verordening tot de oprichting van de Europese AML/CFT-autoriteit (AMLAR), per 25 juni 2024 in werking getreden en is per 1 juli 2025 grotendeels van toepassing.

Ook de AMLA (EU Authority for Anti-Money Laundering and Countering the Financing of Terrorism) zal een actieve rol hebben. Deze nieuwe Europese toezichthouder, krijgt een centrale rol bij het opstellen van richtsnoeren en technische normen voor de uitvoering van de AMLR en AMLD6.

De komende tijd zullen we de ontwikkelingen op de voet blijven volgen en je op de hoogte houden via onze website en maandelijkse nieuwsbrief. Je kunt je hier aanmelden voor onze nieuwsbrief:

Als je in de tussentijd vragen hebt, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.