Welke wet- en regelgeving is onlangs in werking getreden?
De AFM heeft op9 april 2026 de geactualiseerde Leidraad Hypotheekadvisering 2026 gepubliceerd; deze vervangt de eerdere versie en geeft hypotheekadviseurs vernieuwde handvatten voor passend advies, met meer nadruk op de zelfstandige rol van de adviseur, doorvragen bij tegenstrijdigheden, proportionaliteit, verduurzaming en relatiebeëindiging.
Per 29 mei 2026 is de Implementatiewet gewijzigde AIFM-richtlijn en ICBE-richtlijn in werking getreden. Hiermee is Richtlijn 2024/927, ook wel AIFMD II, geïmplementeerd in de Wft. De wijzigingen zien onder meer op delegatie, liquiditeitsrisicobeheer, bewaarders en loan origination door alternatieve beleggingsinstellingen. Voor de gewijzigde toezichtrapportage geldt een afwijkende inwerkingtredingsdatum: deze bepalingen treden op 16 april 2027 in werking.
Op25 juni 2026 zijn de Implementatiewet en het Implementatiebesluit Richtlijn verkoop op afstand in werking getreden. Voor financiële ondernemingen houdt dit in dat zij vanaf 25 juni 2026 moeten voldoen aan aangescherpte verplichtingen bij het online of op afstand aanbieden van financiële diensten aan consumenten, onder meer ten aanzien van informatieverstrekking, herroepingsrechten en de inrichting van digitale verkoopprocessen. Deze verplichtingen gelden aanvullend op bestaande sectorspecifieke regelgeving.
Wijziging regelgeving t.a.v. bescherming van retailbeleggers onder MiFID II (Retail Investment Strategy).
Voor wie: beleggingsondernemingen en beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s die beleggingsdiensten verlenen aan retailbeleggers.
In de EU blijft het aantal niet-professionele beleggers op de EU-kapitaalmarkten laag vergeleken met andere economieën. In 2021 bestond slechts ongeveer 17% van de activa van huishoudens in de EU uit financiële effecten (o.a. beursgenoteerde aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en financiële derivaten), ten opzichte van 43% in de VS. Een aantal zaken liggen hieraan ten grondslag zoals de beperkte toegang tot informatie, laag vertrouwen in de kapitaalmarkten, hogere kosten voor niet-professionele beleggers en misleidende marketing op social media.
De Retail Investment Strategy (RIS) moet retailbeleggers helpen om beter geïnformeerde beleggingsbeslissingen te kunnen nemen, die beter aansluiten bij hun beleggingsbehoeften en -doelstellingen. Het gaat om een pakket wijzigingen op meerdere fronten. Het pakket introduceert onder meer wijzigingen in MiFID II, AIFMD, UCITS en de PRIPPS-verordening.
Als onderdeel van het pakket moeten beleggingsondernemingen straks alle kosten en lasten voor beleggers identificeren en kwantificeren, en beoordelen of deze proportioneel zijn. Beleggingsproducten waarvan de totale kosten niet te rechtvaardigen zijn, mogen dan niet meer worden goedgekeurd voor verkoop.
Ook de transparantie van productinformatie wordt versterkt. Het Essentiële-Informatiedocument (EID) wordt aangepast, met beter zichtbare informatie over kosten, risico's en verwachte rendementen. Op termijn moet deze informatie bovendien in een machine-leesbaar formaat beschikbaar zijn.
Daarnaast worden de regels rond inducements aangescherpt om belangenconflicten te beperken. Adviseurs krijgen een expliciete verplichting om aantoonbaar in het belang van de cliënt te handelen, en inducement-kosten moeten afzonderlijk worden gepubliceerd. Voor advies over gediversifieerde, niet-complexe en kostenefficiënte producten wordt de geschiktheidstoets juist eenvoudiger: de beoordeling van kennis en ervaring van de cliënt komt in dat geval te vervallen. Ten slotte worden de criteria voor opt-up van niet-professionele cliënten aangepast, waardoor meer ervaren beleggers sneller in aanmerking kunnen komen voor een opt-up.
Het streven is om de teksten eind 2026 af te ronden, de regels moeten uiterlijk 30 maanden na publicatie worden toegepast.
Wet internationale sanctiemaatregelen
Voor wie:  alle instellingen die vallen onder de reikwijdte van de Sanctiewet 1977.
Het Nederlandse kabinet werkt sinds juli 2023 aan modernisering van het Nederlandse sanctiestelsel, om beter te voldoen aan de eisen vanuit de Europese sanctiebesluiten en -verordeningen en om de effectiviteit van toezicht en handhaving te verbeteren.
De belangrijkste aanpassingen uit de Wet internationale sanctiemaatregelen zijn:
- modernisering van de grondslagen om regels te stellen ter uitvoering van internationale sanctiemaatregelen, waarbij wordt verduidelijkt hoe Nederland daaraan uitvoering geeft;
- introductie van bestuursrechtelijke handhaving van schendingen van sanctiemaatregelen, naast het bestaande strafrecht;
- een bijzondere handhavingsbevoegdheid bij ernstige niet-nakoming of ontduiking van sanctiemaatregelen;
- de mogelijkheid tot beheer en bewind van langdurig bevroren tegoeden en economische middelen;
- een grondslag om in verschillende openbare registers een koppeling te maken met sancties;
- verbeterde mogelijkheden voor bevoegde autoriteiten, zoals toezichthouders en handhavingsinstanties, om onderling informatie uit te wisselen;
- de oprichting van een centraal meldpunt sanctienaleving; en
- aanpassingen van het toezicht op de bedrijfsvoering, met een uitbreiding naar juridische beroepsgroepen zoals advocaten, notarissen en accountants.
Op 19 februari 2026 is het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer en het is momenteel nog in behandeling. De verwachting is dat de wet medio 2027 in werking treedt.
Op 15 april 2026 startte de Minister van Buitenlandse Zaken bovendien een consultatie over een tweede tranche van de wet. Deze tweede tranche richt zich specifiek op de inrichting van de interne processen van instellingen. Deze processen worden waar mogelijk gelijkgetrokken met de vereisten die voortvloeien uit het Europese anti-witwaspakket.
Financiële instellingen vallen onder dat pakket en hoeven geen aanvullende maatregelen te nemen voor deze tweede tranche. Dit geldt echter niet voor schadeverzekeraars en pensioenfondsen. Deze groepen baseren zich volledig op dit wetsvoorstel.
Qua timing is het streven om aan te sluiten bij de van toepassing wording van de AMLR en AMLD6 in juli 2027, zodat instellingen niet met te veel afzonderlijke verandermomenten te maken krijgen.
Herziening richtsnoeren geschiktheidsbeoordeling leden leidinggevend orgaan en houders sleutelposities
Voor wie: banken en beleggingsondernemingen.
Van 25 februari tot en met 25 mei 2026 hielden ESMA en EBA een consultatie over de aangepaste gezamenlijke richtsnoeren met nieuwe vereisten die voortvloeien uit de herziene Capital Requirements Directive (CRD). Deze richtsnoeren vervangen de bestaande gezamenlijke EBA/ESMA-richtsnoeren van 2 juli 2021 over hetzelfde onderwerp.
Een aantal belangrijke wijzigingen ten opzichte van de huidige richtsnoeren:
- Het toepassingsbereik wordt fors uitgebreid: de richtsnoeren gaan gelden voor alle instellingen, beleggingsondernemingen en derdelandfilialen, en verplichten tot een brede geschiktheidsbeoordeling van alle key function holders– dus niet langer alleen bestuurders en een beperkte groep sleutelfuncties. Key function holders zijn de personen die invloed van betekenis hebben op de leiding van een instelling maar geen lid zijn van het leidinggevend orgaan, met inbegrip van de hoofden van de interne controlefuncties en de financieel directeur, als deze hoofden of die directeur geen lid zijn van het leidinggevend orgaan;
- Instellingen moeten bij geschiktheidstoetsingen voortaan expliciet rekening houden met ESG, AI/ICT en anti-money laundering en counter-terrorist financing (AML/CFT). Op dit punt gaan de richtsnoeren aanzienlijk verder dan de vorige versie.
- Voor AML/CFT geldt dat instellingen expliciete en gedetailleerde risicofactoren moeten meewegen, zoals sectorrisico's, zakelijke relaties, geografische risico's en banden met sanctielijsten. Minstens één bestuurslid moet specifieke expertise hebben op het gebied van AML/CTF-risico's en AML-verplichtingen. Toezichthouders moeten de geschiktheid bovendien herbeoordelen zodra er redelijke gronden zijn om AML/CTF-risico's te vermoeden, in samenspraak met de betrokken AML/CFT-toezichthouders.
- De eisen aan onafhankelijkheid en diversiteit worden aangescherpt, onder meer met een cooling-off-periode voor voormalige uitvoerend bestuurders voordat zij een toezichthoudende rol mogen vervullen. Diversiteits- en genderbalanseisen worden uitgebreid en concreter gemaakt, waardoor instellingen aantoonbaar meer moeten sturen op een evenwichtige samenstelling van het bestuur.
- De opleidingseisen voor bestuurders en key function holders worden verzwaard: instellingen moeten voldoende middelen reserveren en opleidingen verplicht uitbreiden met onderwerpen als ESG-, AML/CTF- en ICT/AI-risico's.
De beoogde inwerkingtreding van de richtsnoeren is zes maanden na publicatie van de definitieve teksten, met 31 december 2026 als deadline.
Vooruitblik
Met welke aankomende wet- en regelgeving moet je nog meer rekening houden?
In ons volgende Regulatory Update-artikel gaan we dieper in op onder andere de volgende ontwikkelingen:
- Europees wettelijk kader inzake beursnoteringen (Listing Act)
- Lagere regelgeving ter uitvoering van de herziening van de AIFM‑ en ICBE‑richtlijn
- Lagere regelgeving onder AMLR, AMLD6 en AMLAR