Quick Read: wat de Sustainability Omnibus betekent voor fondsbeheerders
Op 18 maart 2026 is de Omnibus I-richtlijn ((EU) 2026/470) in werking getreden. Deze richtlijn wijzigt de CSRD en de CSDDD met als doel de rapportagelast te verlagen en de toepassing te vereenvoudigen. In deze Quick Read zetten wij de belangrijkste wijzigingen op een rij en bespreken wij wat dit betekent voor fondsbeheerders.
Dit artikel is een vervolg op: Quick Read: wat je moet weten over het Sustainability Omnibus Package ( 3 maart 2025)
De reikwijdte van de CSRD wordt aanzienlijk beperkt. De rapportageplicht gaat gelden voor:
Beursgenoteerde mkb-ondernemingen en financiële holdings vallen onder de aangepaste CSRD buiten de reikwijdte.
Sommige ondernemingen rapporteren al over boekjaar 2024 onder de CSRD: de zogeheten wave 1 ondernemingen. Een deel daarvan valt door de herziene CSRD drempelwaarden straks niet langer binnen de reikwijdte, waardoor zij in de toekomst niet meer hoeven te rapporteren.
Lidstaten mogen deze wave 1 ondernemingen vrijstellen van rapportage over 2025 en 2026, zodat bedrijven die door de gewijzigde reikwijdte buiten scope raken niet toch tijdelijk aan de CSRD verplichtingen hoeven te voldoen.
De Omnibus-richtlijn introduceert een vrijwillige VSME rapportage (Voluntary Standard for non listed micro, small- and medium sized entities). Deze standaard is bedoeld voor organisaties die niet (meer) CSRD plichtig zijn maar toch duurzaamheidsinformatie willen rapporteren binnen een vereenvoudigd kader.
In plaats van de honderden datapunten uit de CSRD bevat de VSME rapportage ongeveer 60 datapunten, waardoor de rapportagelast aanzienlijk lager is.
De Omnibus richtlijn schrapt de verplichting voor de Europese Commissie om sectorspecifieke ESRS standaarden vast te stellen. In plaats daarvan kan de Commissie praktische sectorrichtsnoeren publiceren ter ondersteuning van de toepassing van de bestaande standaarden.
De huidige ESRS worden bovendien vereenvoudigd: minder datapunten, meer focus op materiële informatie, een duidelijker onderscheid tussen verplichte en vrijwillige gegevens en meer nadruk op kwantitatieve rapportage. De herziene ESRS zijn nog niet definitief; de Commissie stelt deze naar verwachting medio 2026 vast via een gedelegeerde verordening. Tot die tijd blijven de bestaande ESRS gelden.
Wel zijn er tijdelijke versoepelingen door de zogeheten “quick fix ESRS”, waardoor Wave 1 ondernemingen bepaalde onderdelen voorlopig nog niet hoeven te rapporteren.
Om te voorkomen dat kleine ondernemingen in de waardeketen (met minder dan 1.000 werknemers) worden overspoeld met ESG dataverzoeken van grote ondernemingen die wél onder de CSRD vallen, is er in de Omnibus richtlijn een beschermingsclausule toegevoegd.
Ondernemingen die onder deze clausule vallen, mogen informatieverzoeken van CSRD plichtige ondernemingen weigeren als die verder gaan dan wat volgens de VSME regels van niet rapportageplichtige ondernemingen mag worden gevraagd.
Deze regel is bedoeld om het zogeheten trickle down effect in de keten te beperken: dus om te voorkomen dat grote ondernemingen hun rapportageverplichtingen feitelijk doorschuiven naar kleinere ondernemingen.
Ook de reikwijdte van de CSDDD wordt beperkt. De richtlijn gaat alleen nog gelden voor de allergrootste ondernemingen: ondernemingen met meer dan 5.000 werknemers én een netto-omzet van meer dan €1,5 miljard. Voor niet-EU-ondernemingen geldt dat zij onder de richtlijn vallen wanneer zij een netto-omzet van meer dan €1,5 miljard in de EU realiseren.
Voor niet-EU-ondernemingen is de richtlijn van toepassing wanneer zij binnen de EU een netto-omzet van meer dan €1,5 miljard realiseren.
Onder de huidige CSDDD moeten ondernemingen een klimaattransitieplan opstellen en uitvoeren, maar deze verplichting vervalt onder de Omnibus richtlijn.
De CSRD blijft wél eisen dat ondernemingen transparant rapporteren over het al dan niet hebben van een transitieplan en over de daarin opgenomen transitiepaden. Waar de oorspronkelijke CSDDD bedrijven verplichtte een Parijs compatibel klimaattransitieplan te ontwikkelen én in de praktijk te brengen, vraagt de CSRD alleen om openbaarmaking — niet om daadwerkelijke uitvoering.
De due diligenceverplichtingen worden meer risico gebaseerd: ondernemingen hoeven niet langer hun volledige waardeketen in detail te onderzoeken, maar starten met een verkennende analyse op basis van beschikbare informatie om te bepalen waar de meest waarschijnlijke en ernstigste risico’s zitten. Alleen voor deze risicogebieden is vervolgens een diepgaand onderzoek nodig.
Informatie mag uitsluitend bij ketenpartners worden opgevraagd wanneer dat noodzakelijk is; bij partners met minder dan 5.000 werknemers alleen als die informatie redelijkerwijs niet anders te verkrijgen is. Zo wordt de informatiebelasting voor kleinere ondernemingen beperkt.
De wijzigingen in de CSRD moeten uiterlijk twaalf maanden na inwerkingtreding in nationale wetgeving zijn omgezet. Dat betekent dat de aangepaste regels naar verwachting vanaf boekjaren die beginnen op 1 januari 2027 van toepassing zullen zijn. De eerste rapportages onder het nieuwe regime worden dan in 2028 gepubliceerd.
Tot dusver is Nederland tekortgeschoten in de implementatie van de CSRD die uiterlijk 6 juli 2024 omgezet had moeten zijn.
Het wetsvoorstel voor de implementatie werd pas op 13 januari 2025 bij de Tweede Kamer ingediend.
Omdat het wetsvoorstel verouderd raakte, werd besloten de parlementaire behandeling ervan uit te stellen tot de definitieve omnibusrichtlijn was aangenomen – wat nu is gebeurd. De hoop is dat het wetgevingsproces nu zal versnellen.
Op 9 februari 2026 meldde de minister van Financiën dat sommige rapportageverplichtingen met terugwerkende kracht vanaf boekjaar 2024 kunnen gelden. Daarom komt er een reparatiebepaling: ondernemingen die al vrijwillig volgens de CSRD rapporteerden, worden geacht aan de uiteindelijke regels te voldoen. Als de wet niet vóór 1 oktober 2026 ingaat, geldt dit ook voor boekjaar 2026.
Voor de CSDDD geldt dat lidstaten de richtlijn uiterlijk op 26 juli 2028 moeten hebben omgezet in nationale wetgeving. Ondernemingen moeten vervolgens vanaf 26 juli 2029 aan de aangepaste verplichtingen voldoen.
Nederland heeft weliswaar eerder een consultatie gehouden over de Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen (WIVO), maar dit traject is als gevolg van de Omnibus-ontwikkelingen voorlopig on hold gezet. Verwacht wordt dat Nederland de implementatie zal vormgeven via een nieuw of aangepast wetgevingstraject.
Laten we beginnen met het goede nieuws — naar verwachting. Dankzij de versimpeling en drempelverhoging van de CSRD en CSDDD blijft de impact voor kleinere ondernemingen beperkt, maar de verwachting is dat je als fondsbeheerder weliswaar minder informatie krijgt, maar dat de informatie van CSRD plichtige ondernemingen die je krijgt betrouwbaarder en relevanter is.
Hoewel de aangepaste CSRD en CSDDD regels de regeldruk verlagen, ontstaan ook nieuwe uitdagingen. Doordat ketenpartners minder — of soms helemaal geen — gegevens hoeven aan te leveren, kunnen inconsistente datastromen en datagaps ontstaan. Met andere woorden: je krijgt mogelijk minder data dan voorheen.
Daarnaast zorgt de onduidelijkheid over de Nederlandse implementatie voor extra onzekerheid. Het is nog niet duidelijk of de eerder genoemde wave 1 ondernemingen die vanaf 2027 buiten scope vallen, door de Nederlandse wetgever worden vrijgesteld van rapportage over de tussenliggende jaren. Daardoor is nog niet zeker of je in die periode wel of niet op hun duurzaamheidsdata kunt rekenen.
Veel partijen — vooral mkb ondernemingen die niet CSRD plichtig zijn — zullen waarschijnlijk de VSME standaard gaan gebruiken, zeker wanneer investeerders hierom vragen. Of dit in de praktijk voldoende is, blijft onzeker, net als de vraag of de VSME datapunten genoeg diepgang bieden voor fondsbeheerders, vooral wanneer zij net zero fondsen beheren.
Denk bij deze fondsen ook aan de eerdere versie van de CSDDD, die bedrijven verplichtte een Parijs compatibel klimaattransitieplan op te stellen én daadwerkelijk uit te voeren. De CSRD verplicht ondernemingen daarentegen slechts om transparantie te bieden over de vraag of zij een transitieplan hebben en, zo ja, wat de inhoud daarvan is. Een verplichting om dat plan ook daadwerkelijk uit te voeren kent de CSRD niet. Dat leidt naar verwachting tot minder bruikbare data voor een net-zerofonds.
Bij ontbrekende ESG data zullen fondsbeheerders waarschijnlijk zelf extra moeten investeren in aanvullende dataverzameling om hun duurzaamheidsdoelen en fondsstrategie overtuigend te onderbouwen. Dit kan betekenen dat contracten met dataleveranciers en interne procedures opnieuw moeten worden beoordeeld, waaronder:
Een tijdige review helpt datagaps op te vangen en beter voorbereid te zijn op eisen van toezichthouders, investeerders en andere stakeholders.
Wil je weten welke verplichtingen voor je gelden, of welke gevolgen deze wijzigingen hebben voor jouw beleid, processen, producten? Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten.