Na maanden van stilte lijkt er weer beweging te komen in het Europese dossier rond Financial Data Access (FiDA). Sinds het vastlopen van de trilogue-onderhandelingen in juni 2025 bleef het stil: de gesprekken tussen Parlement, Raad en Commissie leverden geen eenduidig eindbeeld op.
Op 6 april jl. publiceerde de Europese Commissie echter een nieuwe non-paper met aanpassingen aan het voorstel. De intentie is helder: het proces opnieuw op gang brengen en toewerken naar een politiek akkoord.
Politieke druk: minder regels, minder lasten
De context waarin FiDA zich nu ontwikkelt, is veranderd. Met name de roep om deregulering klinkt luid. Daarbij speelt Duitsland een sleutelrol. Als grootste economie van de EU en een van de meest invloedrijke lidstaten binnen de Raad, heeft de Duitse positie directe impact op de haalbaarheid van Europese regelgeving.
De lijn van Friedrich Merz, gericht op minder regelgeving en lagere administratieve lasten voor bedrijven, resoneert breder in Europa, onder andere in landen als Frankrijk en Nederland. Dit raakt de kern van de kritiek op FiDA: te complex, te breed en te belastend voor de markt.
De Duitse positie fungeert daarmee feitelijk als een politiek ankerpunt in de onderhandelingen. Zonder beweging vanuit Duitsland is een akkoord op FiDA moeilijk voorstelbaar.
Van zwaar naar pragmatisch
De nieuwe insteek van de Europese Commissie markeert een duidelijke verschuiving. Waar FiDA eerder werd gezien als een brede en ambitieuze open finance-wet, ontwikkelt het zich nu richting een meer pragmatisch en marktvriendelijk model.
De belangrijkste geven we hieronder weer:
Minder brede en minder zware reikwijdte
Minder verplicht delen van historische data
Meer bescherming van commercieel gevoelige data
Gefaseerde, beter beheersbare invoering
Minder bureaucratie
Meer ruimte voor marktgedreven standaarden
Tegelijk blijven er spanningen bestaan. Verplichte datadeling blijft onderdeel van FiDA, terwijl juist daar veel weerstand tegen bestaat. Daarnaast vormt FiDA een extra reguleringslaag bovenop bestaande kaders zoals PSD2 en GDPR.
Wat verandert er concreet?
De non-paper introduceert een reeks gerichte aanpassingen die het voorstel lichter en uitvoerbaarder moeten maken.
Smallere scope De reikwijdte wordt beperkt door bepaalde partijen en datasets uit te sluiten, zoals credit rating agencies, grote corporates en kleinere financiële instellingen. Ook wordt gekeken naar verdere uitzonderingen, bijvoorbeeld voor kleine verzekeringsintermediairs.. Effect: minder complexiteit en lagere compliance-druk.
Minder historische data De verplichting om historische data te delen wordt ingeperkt. In plaats van brede datasets over lange perioden, wordt gedacht aan een gefaseerde aanpak met een kortere terugkijktermijn (bijvoorbeeld twee jaar). Beëindigde contracten worden vaak uitgesloten. Effect: lagere kosten en minder privacyvraagstukken.
Strakkere definitie van data Alleen data die niet substantieel is bewerkt valt onder FiDA.A. Effect: bescherming van verrijkte of proprietary data en behoud van concurrentievoordeel.
Standaarden via de markt De ontwikkeling van standaarden en API’s wordt deels overgelaten aan de markt, via Europese standaardisatieorganisaties (ESOs). Tegelijk worden gedetailleerde EU-verplichtingen verminderd. Effect: meer flexibiliteit en minder top-down regulering.
Gefaseerde invoering FiDA wordt uitgerold in drie fases over ongeveer vier jaar. Eerst worden data sharing schemes opgezet, daarna volgt verplichte datadeling.
Na elke fase vindt evaluatie plaats door de Europese Commissie, met ruimte voor bijsturing.
Efffect: lagere implementatierisico’s en betere bestuurbaarheid.
Geen vraaggestuurde aanpak Een alternatief model—waarbij datadeling alleen plaatsvindt als er marktvraag is—wordt expliciet afgewezen. Effect: voorkomt fragmentatie tussen lidstaten en borgt dat klantrechten centraal blijven staan.
Big Tech blijft discussiepunt De rol van grote technologiebedrijven is nadrukkelijk op de agenda gekomen. Opties variëren van het uitsluiten van toegang tot data tot het beperken van licenties. Effect: nog geen consensus, maar wel een centrale politieke discussie.
Eenvoudiger vergunningen Voor aanbieders van financiële informatiediensten wordt het vergunningproces vereenvoudigd, onder andere door hergebruik van bestaande PSD2-informatie en minder dubbele procedures. Effect: lagere administratieve lasten.
Wederkerigheid blijft uitgangspunt Een belangrijk principe blijft overeind: datahouders krijgen ook toegang tot data van anderen, mits de klant toestemming geeft. Effect:traditionele financiële instellingen worden niet alleen dataleverancier, maar ook datagebruiker.
Overzicht van de belangrijkste aanpassingen die in het herziene FiDA framework.
Conclusie
FiDA is niet van tafel, maar wordt duidelijk herijkt. De Europese Commissie kiest voor een meer pragmatische koers, waarin uitvoerbaarheid en draagvlak centraal staan.
De balans verschuift richting een model dat minder belastend is voor marktpartijen, zonder de kern—verplichte, gestandaardiseerde datadeling—los te laten. Juist op dat punt zal de komende periode de politieke spanning blijven zitten.