LEES
Risk & Compliance

Registratieplicht voor UBO's van trusts en FGR's

Datum:27 mei 2022

Eind 2021 werd de Uitvoeringswet inzake de registratie van uiteindelijke begunstigden van trusts en soortgelijke Legal constructies aangenomen en gepubliceerd. Op basis van deze wet moeten uiteindelijk begunstigden (UBO's) van trusts en soortgelijke legal constructies worden geregistreerd bij de Kamer van Koophandel (KvK). Onder deze 'soortgelijke legal constructies' vallen ook deelnemers aan fondsen voor gemene rekening (JAF's).

Het bij deze wet horendeImplementatiebesluit (Implementatiebesluit registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies), met nadere uitwerking van onderdelen van de wet, is na veel discussie op 2 mei 2022 gepubliceerd. Hierin staan bepalingen voor de implementatie opgenomen die van belang zijn voor FGRs en de registratie van de participanten daarvan.

Achtergrond

De verplichting voor de registratie van trusts en soortgelijke juridische constructies in een centraal register komt voort uit artikel 31 van de gewijzigde Vierde Anti-witwasrichtlijn. Het doel van het register is om transparant te maken wie de uiteindelijk belanghebbenden zijn van trusts en soortgelijke juridische constructies (waarvan de trustee in Nederland gevestigd of woonachtig is, of waarvan de trustee namens de trust of soortgelijke juridische constructie in Nederland een zakelijke relatie aangaat of onroerend goed verwerft).

Kritische reacties

Al tijdens de invoering kreeg de Implementatiewet veel kritiek te verduren. FGR's horen niet thuis in het trustregister" was een veelgehoorde (en terechte) uitspraak. Een trust heeft immers een heel ander karakter en wordt om heel andere redenen opgericht dan een beleggingsfonds in de vorm van een FGR. Bovendien staan beleggingsfondsen en hun beheerders over het algemeen onder toezicht van de AFM/DNB. Dit betekent dat zij al moeten voldoen aan de eisen van de Wwft, zoals voorafgaand customer due diligence en het melden van ongebruikelijke transacties.

Ook zou de wet leiden tot een (rechts)ongelijke positie ten opzichte van beleggingsinstellingen die niet aangemerkt zijn als FGR met een andere civiele rechtsvorm. Daarvoor geldt namelijk pas registratieplicht vanaf een belang van 25%, terwijl voor een FGR de registratieplicht vanaf 0% gaat gelden.

Ondanks deze kritiek is de registratieverplichting voor FGRs gehandhaafd. Wel is uiteindelijk in het Implementatiebesluit in de verdere uitwerking in belangrijke mate tegemoetgekomen aan de kritiek door onder voorwaarden een vereenvoudigde registratie mogelijk te maken.

Uitwerking van de registratieplicht

Met de inwerkingtreding van de wet en het Implementatiebesluit zullen naast de natuurlijke personen die de bestuurders zijn van de beheerder en van de bewaarder, in principe ook de natuurlijke personen met een belang in een FGR moeten worden geregistreerd in het UBO-register.

Uit het ontwerp-Implementatiebesluit volgde dat alle deelnemers met een belang van 3% of meer geregistreerd zouden moeten worden in het UBO-register. Dit zou extra administratieve lasten met zich meebrengen voor met name open-end FGR-fondsen. Zij zouden continu moeten monitoren wie er boven (en weer onder) de grens van 3% uitkomen, en deze personen moeten aan- en afmelden van het register.

In het definitieve uitvoeringsbesluit is de drempel van 3% echter vervangen door een specifieke mogelijkheid om in plaats van de individuele deelnemers van een FGR de groep begunstigden aan te duiden waarvoor het fonds is opgericht. Bijvoorbeeld "deelnemers in het investeringsfonds".

Dit is alleen mogelijk voor FGRs die:

  • worden aangeboden aan minimaal honderdvijftig personen; en
  • worden beheerd door een beheerder met een vergunning op grond van artikel 2:65 of 2:69b van de Wet op het financieel toezicht (Wft).

Als een FGR niet onder de bovenstaande criteria valt, moet de beheerder nog steeds alle deelnemingen boven 0% rapporteren. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn op case voor FGR's die beheerd worden door een beheerder die onder het zogenaamde "AIFM-light regime" valt (op basis van artikel 2:66a Wft). Er kunnen ook fondsen voor gemene rekening zijn van AIFM- of UCITS-beheerders met een vergunning waarbij het FGR aan minder dan 150 natuurlijke personen wordt of zal worden aangeboden.

In een eerder ontwerp stond dat het eerste criterium niet het aanbieden aan ten minste 150 personen zou zijn, maar het huidige aantal deelnemers. Het criterium "aanbieden aan ten minste 150 personen" sluit nu aan bij het bestaande vrijstellingscriterium van de vergunningplicht voor een BAB in artikel 2:66a Wft. Deze aanpassing is door verschillende partijen bepleit. Dit mede omdat het aantal deelnemers gedurende de looptijd van een fonds kan wijzigen. Zo kan het case zijn dat er bij de start of het einde van een fonds niet meer dan 150 deelnemers zijn (waardoor de deelnemers geregistreerd zouden moeten worden), terwijl dit in een andere fase niet (meer) nodig is.

Wie kwalificeert als UBO van een FGR?

Samengevat kwalificeren de volgende natuurlijke personen als UBO van een FGR:

  • De oprichter(s);
  • De beheerder(s);
  • De bewaarentiteit; en
  • De participanten van een FGR.

Publieke versus privé-informatie

Een van de belangrijkste voordelen van een FGR is de anonimiteit. FGR's hoeven niet ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel en hoeven dus ook geen jaarcijfers te publiceren. Om de privacy van personen die als UBO staan ingeschreven te waarborgen, is het register opgedeeld in een openbaar en een besloten deel. Toch zorgt de registratieplicht ervoor dat bepaalde informatie over de UBO's van de FGR openbaar wordt gemaakt. Naast de naam, geboortemaand en -jaar, nationaliteit en woonplaats van de UBO wordt ook de aard en omvang van het economisch belang openbaar gemaakt. Het belang wordt uitgedrukt in een percentage. Het is dus niet mogelijk om precies te zien om hoeveel vermogen het gaat.

Publieke informatiePrivé-informatie
NaamNaam en type trust/FGR
Maand en jaar van geboorteDatum en plaats van oprichting
NationaliteitDoelstelling van FGR
WoonstaatBurgerservicenummer
Aard en omvang van het economisch belangAard en omvang van het economisch belang
Geboortedatum
Geboorteland en -plaats
Woonadres
Kopie van identiteitsbewijs
Afschrift documenten waaruit economisch belang blijkt

Inwerkingtreding

De registratieplicht geldt vanaf 1 november 2022. Omdat de registratieplicht nieuw is, wordt een overgangsperiode gehanteerd. De deadline tot verplichte inschrijving is verlengd van 1 februari tot 1 april 2023. Meer informatie over het registreren van trusts vindt u op deze website.

Als je FGR wordt of zal worden aangeboden aan minder dan 150 natuurlijke personen (of als de trustee geen AIFM- of UCITS-licentie heeft), is een kopie van het identiteitsbewijs van de UBO en documenten waaruit de aard en omvang van het economische belang van de UBO blijkt vereist bij de registratie van individuele deelnemers.

Als je de administratieve rompslomp en extra openbaarmaking wilt vermijden, kun je overwegen hoe het FGR onder de criteria kan vallen waarmee je kunt volstaan met de aanduiding "deelnemers in een beleggingsfonds". Tot slot kun je overwegen of een andere legal structuur voor je fonds mogelijk is in plaats van een CIS (bijvoorbeeld een commanditaire vennootschap).

Meer weten?

Projective Group helpt je graag met de naleving van regelgeving. Heb je vragen over de informatie in dit artikel? Of heb je hulp nodig bij het kwalificeren van de UBO('s)? Neem gerust contact met ons op.

Wil je op de hoogte blijven van de huidige en toekomstige wet- en regelgeving voor financiële instellingen? We houden je op de hoogte met onze maandelijkse nieuwsbrief Risk & Compliance .