Het is medio 2020, wat betekent dat de kosten van het financiële toezicht van dit jaar bekend zijn gemaakt. Kijkend naar betaalinstellingen zijn er een aantal opvallende veranderingen te melden. Zo stijgen de toezichtkosten die DNB doorberekent aan betaalinstellingen aanzienlijk. Dit komt onder andere door een dure verhuizing en een nacalculatie over 2019. De kosten van het AFM-toezicht dalen iets.
Gedurende 2019 bestond er grote onduidelijkheid hoe om te gaan met de nieuwe betaaldienstverleners die als gevolg van PSD2 de markt hebben betreden: de betalingsinitiatiedienstverleners (PISP’s, dienst 7) en rekeninginformatiedienstverleners (AISP’s, dienst 8). Enigma Consulting heeft inmiddels zes vergunningaanvragen voor deze nieuwe diensten succesvol afgerond, en zocht het uit.
Sinds 2015 moeten de financiële instellingen de kosten van het financieel toezicht zelf dragen. De doorbelasting van de kosten vindt plaats naar draagkracht en betreft een percentage van de provisie-inkomsten. Bij de traditionele betaaldienstverleners (dienst 1 t/m 6) zijn provisie-inkomsten relatief eenvoudig te bepalen: deze omvatten de transactiekosten die door de betaaldienstverlener in rekening worden gebracht.
Voor de nieuwkomers zijn de commissie-inkomsten moeilijker vast te stellen. Vooral AISP's, waaronder een aantal leveranciers van boekhoudsoftware, gebruiken een abonnementsmodel van soms tientallen euro's per maand. Met name in dit abonnementsmodel betalen mensen voor de software. Het opvragen van rekeninginformatie - voorheen via bankkoppelingen, nu via PSD2 API's - wordt meestal niet apart in rekening gebracht. Voor AISP's gelden ook geen transactiekosten. In 2019 was de vraag voor DNB dan ook hoe provisie-inkomsten voor dergelijke partijen geïnterpreteerd moesten worden.
Kort uitgelegd omvatten de provisie-inkomsten de, al dan niet incidenteel van derden ontvangen respectievelijk nog te ontvangen, vergoedingen uit hoofde van de vergunningplichtige betaaldienstverlening in de ruimste zin van het woord. Uitleg van DNB destijds, leidde ertoe dat werd gesteld dat ook abonnementsopbrengsten hieronder zouden worden verstaan. In potentie zou dit een enorme kostenpost betekenen voor de AISP’s.
Gelukkig leidt de uitleg van DNB over de Regeling bekostiging financieel toezicht 2020 tot een andere, redelijkere conclusie. Er zijn namelijk, zo meldt DNB, partijen die alleen het basisbedrag betalen (lees: dus geen variabele verhoging op basis van provisie-inkomsten). Mede daarom stijgt het basisbedrag van EUR 2.000 wel naar EUR 5.000.
Kosten prudentieel toezicht door DNB, afhankelijk van provisie-inkomsten
Kosten gedragstoezicht door AFM, afhankelijk van provisie-inkomsten
Rekenvoorbeeld
Onderstaand rekenvoorbeeld laat zien het verschil zien tussen een traditionele betaalinstelling (PSP) met EUR 4.000.000 aan provisie-inkomsten (PI) en AISP:
Deze cijfers laten zien dat de kosten voor de PSP’s fors toenemen, terwijl de kosten voor AISP’s in verhouding beperkt zijn. Interessant is hoe deze verhouding en de absolute kosten zich de komende jaren gaan ontwikkelen.