LEES
Nieuws Risk & Compliance

Nieuwe regels voor financiële dienstverlening op afstand: dit verandert vanaf 19 juni 2026

Date:May 22, 2026

De Europese regels voor de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten worden ingrijpend gewijzigd. Met de herziende Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten (de Richtlijn) zijn de bepalingen uit de oude Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten geïntegreerd in de Richtlijn Consumentenrechten en aangevuld met nieuwe verplichtingen.

De Richtlijn is van toepassing met ingang van 19 juni 2026 en heeft betrekking op overeenkomsten inzake financiële producten en financiële diensten aan consumenten die op afstand zijn gesloten. De Richtlijn wordt in Nederland geïmplementeerd via een implementatiewet en een implementatiebesluit.

Hoewel Nederland de implementatietermijn heeft overschreden, is de implementatiewet begin april 2026 door de Eerste Kamer aangenomen. De wet treedt in werking met ingang van 19 juni 2026, mits zij uiterlijk op 18 juni 2026 wordt bekendgemaakt in het Staatsblad; bij latere publicatie volgt inwerkingtreding op de dag na uitgifte van het Staatsblad.

Op wie is deze richtlijn van toepassing?

Of de Richtlijn van toepassing is, hangt af van de vraag of alle onderstaande vragen met “ja” kunnen worden beantwoord. Alleen in dat geval valt een situatie binnen de reikwijdte van de Richtlijn.

i) Gaat het om een financiële dienst?

Onder een financiële dienst wordt verstaan iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van kredietverstrekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen.

ii) Wordt de overeenkomst op afstand gesloten?

Van een overeenkomst op afstand is sprake wanneer de overeenkomst tussen de handelaar en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem (zoals een website of app) voor verkoop of dienstverlening op afstand, zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van handelaar en consument, waarbij tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand.

iii) Wordt de overeenkomst gesloten met een consument?

Onder een consument wordt verstaan: iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs‑ of beroepsactiviteit vallen.

Welke wijzigingen brengt deze richtlijn met zich mee?

De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op:

  • Precontractuele
  • Ontbindingsrecht (herroeping)
  • Online-interfaces

Welke nieuwe eisen gelden voor precontractuele informatie?

De Richtlijn stelt strengere eisen aan de informatie die consumenten vóór het sluiten van een overeenkomst moeten ontvangen. Niet alleen de inhoud, maar ook de presentatie, timing en toegankelijkheid van deze informatie worden nadrukkelijk gereguleerd.

Aanbieders moeten consumenten vooraf onder meer informeren over:

  • de belangrijkste kenmerken van de financiële dienst;
  • de totale prijs of de grondslag voor de berekening daarvan;
  • het bestaan van een ontbindingsrecht en de voorwaarden daarvan;
  • de identiteit en contactgegevens van de aanbieder en de bevoegde toezichthoudende autoriteit;
  • de mogelijkheden voor klachten‑ en geschilafhandeling.

De precontractuele informatie moet de consument tijdig vóór het sluiten van de overeenkomst bereiken, zodat hij voldoende gelegenheid heeft om de informatie te lezen, te begrijpen en producten en/of diensten te vergelijken. De Richtlijn schrijft geen vaste termijn voor waarbinnen precontractuele informatie moet worden verstrekt. Wel volgt uit de richtlijn dat, wanneer deze informatie minder dan één dag vóór het sluiten van de overeenkomst wordt verstrekt, de aanbieder verplicht is de consument na het sluiten van de overeenkomst actief te herinneren aan het herroepingsrecht.

De informatie moet worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Dat betekent dat de consument de informatie kan opslaan en later ongewijzigd kan raadplegen, bijvoorbeeld via e‑mail, papier of een downloadbaar document; het enkel tijdelijk tonen van informatie op een website is daarvoor onvoldoende. Digitale precontractuele informatie mag gedeeltelijk in gelaagde vorm worden aangeboden, mits de informatie als één geheel kan worden bekeken, opgeslagen en afgedrukt. Essentiële informatie, zoals de belangrijkste kenmerken van de financiële dienst, de prijs en het al dan niet bestaan van het ontbindingsrecht, moet daarbij altijd direct zichtbaar zijn en mag niet in diepere informatielagen worden verborgen.

Naast de verplichting om precontractuele informatie te verstrekken, zijn financiële ondernemingen verplicht om consumenten voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst adequate toelichtingen te geven. Deze toelichtingen dienen ertoe dat de consument het aangeboden financiële product of de financiële dienst daadwerkelijk begrijpt voordat hij zich contractueel bindt.

Adequate toelichtingen gaan verder dan het enkel ter beschikking stellen van informatie. De financiële onderneming moet de consument op begrijpelijke wijze inzicht geven in de essentiële kenmerken van de overeenkomst en de belangrijkste gevolgen daarvan, zodat de consument kan beoordelen of het product of de dienst past bij zijn behoeften en financiële situatie en een weloverwogen beslissing kan nemen.

Wat verandert er aan het ontbindingsrecht?

Het ontbindingsrecht (herroepingsrecht) voor op afstand gesloten overeenkomsten met betrekking tot financiële diensten wordt verduidelijkt en versterkt. De Richtlijn richt zich daarbij vooral op de regeling van dit recht, met name op het moment waarop het aanvangt en de wijze waarop het kan worden uitgeoefend.

In beginsel bestaat voor op afstand gesloten overeenkomsten inzake financiële diensten/producten een ontbindingsrecht van 14 of 30 dagen. Deze ontbindingstermijnen bestonden al en zijn door de herziening niet gewijzigd. Welke termijn van toepassing is, hangt af van het type financiële dienst en de specifieke regels die daarop van toepassing zijn.

De ontbindingstermijn begint te lopen op de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten, of (indien dit later is) op het moment waarop de consument de vereiste precontractuele informatie ontvangt. De Richtlijn verduidelijkt bovendien dat de ontbindingstermijn niet begint te lopen wanneer de vereiste informatie niet (volledig) is verstrekt. In dat geval kan de consument de overeenkomst alsnog ontbinden tot twaalf maanden en veertien dagen na het sluiten ervan.

Daarnaast legt de Richtlijn de bewijslast voor het verstrekken van precontractuele informatie bij de financiële onderneming. De onderneming moet daarom kunnen aantonen dat de consument correct en tijdig is geïnformeerd en dat de herroepingstermijn daadwerkelijk is aangevangen.

Het ontbindingsrecht kent uitzonderingen voor bepaalde financiële diensten. Dit geldt onder meer voor diensten waarvan de prijs afhankelijk is van schommelingen op de financiële markten waarop de aanbieder geen invloed heeft, en die zich binnen korte tijd kunnen voordoen, zoals bij bepaalde beleggingsdiensten.

Verder regelt de Richtlijn een versterking van de uitoefening van het ontbindingsrecht. Wanneer een overeenkomst via een online‑interface, zoals een website of app, tot stand komt, moet de aanbieder de consument in staat stellen het ontbindingsrecht uit te oefenen via een duidelijk zichtbare en gemakkelijk toegankelijke herroepingsfunctie (bijvoorbeeld een knop met: “ontbind hier”). Het ontbinden van de overeenkomst mag daarbij niet ingewikkelder zijn dan het aangaan ervan.

Welke nieuwe regels gelden voor online-interfaces?

De Richtlijn introduceert voor het eerst specifieke regels voor het gebruik en de inrichting van online interfaces, zoals websites, apps, chatbots en andere digitale of geautomatiseerde systemen.

Consumenten hebben het recht om menselijke tussenkomst te verkrijgen wanneer zij via online‑instrumenten met een aanbieder communiceren, met name wanneer sprake is van volledig of grotendeels geautomatiseerde interacties. Dit houdt in dat consumenten contact moeten kunnen krijgen met een persoon die namens de aanbieder toelichting kan geven in dezelfde taal als waarin de precontractuele informatie is verstrekt. In gerechtvaardigde gevallen kan de consument ook nadat de overeenkomst op afstand is gesloten verzoeken om menselijke tussenkomst.

Daarnaast mogen online interfaces niet zodanig worden ontworpen dat zij consumenten misleiden, manipuleren of het vermogen om vrij en geïnformeerd keuzes te maken wezenlijk verstoren. Het gebruik van zogenoemde ‘dark patterns’ is verboden. Daaronder vallen onder meer ontwerpkeuzes die:

  • bepaalde opties onevenredig benadrukken;
  • consumenten herhaaldelijk confronteren met dezelfde keuze;
  • het beëindigen van een overeenkomst moeilijker maken dan het aangaan ervan.

Dit betekent in de praktijk dat aanbieders kritisch moeten kijken naar de inrichting van online klantreizen, keuzeprocessen en opzeggingsflows binnen websites en apps.

Tot slot: aanvullende werking van de richtlijn

De nieuwe regels hebben een aanvullend (vangnet) karakter. Dit betekent dat zij per onderwerp van toepassing zijn voor zover dat onderwerp niet al is geregeld in sectorspecifieke EU‑wetgeving. Wanneer dergelijke specifieke Europese regels bestaan, zijn die regels leidend.

De concrete impact van de Richtlijn kan daardoor verschillen per dienst, product en aanbieder.